NX Beveiliging


laatste update 9 maart 2018

De NX beveiliging op baisis van B-relais techniek is na de tweede wereldoorlog ingevoerd. In het artikel over vernieling, herstel en toekomst van het seinwezen der Nederlandse Spoorwegen uit 1946 wordt de invoering aangekondigd. Er zijn onderhandelingen gaande om het systeem in 's Hertogenbosch in te voeren. En in het de Leidse Courant van 17 mei 1950 lezen we dat gehoopt wordt dat het systeem voor 1 juli van dat jaar in dienst wordt gestelden en dat aan de NX beveiliging in Leiden de laatste hand wordt gelegd.

In de woorden van toen: het betreft "een volkomen automatische bediening van de lichtseinen en van de wissels volgens het zogenaamde N-X seinstelsel. De puzzle-achtig aandoende letter N en X zijn klank nabootsende afkortingen voor "entrance" en "exit''' (in- en uitrit). Voor de uitvoering van dit stelsel worden alle sporen op het emplacement geïsoleerd. Dit emplacement wordt in het seinhuis op een tableau voorgesteld. Dit tableau nu js voorzien van een groot aantal knoppen. Wil men nu bijv. een trein het station doen passeren of binnenrijden, dan drukt men op de knop bij het punt waarop de trein binnenkomt en op die, waarop de trein zal uitrijden (of stoppen). Automatisch regelen zich dan alle wissels en alle seinbeelden aangegeven.
"

Het zal een NX op basis van A relais geweest zijn, en niet de NX op basis van J-relais, of het systeem '68, zoals we dan nu nog kennen. Meer over die geschiedenis van de relaisbeveiligingen in Nederland en hoe de relatie met GRS tot stand kwam is te lezen op de IRSE-NL site.

Functie


Een stations of emplacementsbeveiliging verzorgt de functies rijweg integriteit en treinseparatie op een station. In Nederland gebruiken we het woord station voor alle plaatsten op het spoor waar een trein van rijweg kan veranderen. Dus overal waar een wisel ligt. Voor treienen worden rijwegen ingesteld, van sein naar sein. Voor een sein dat aan het begin van een rijweg (de eNtrance), veilig kan komen wordt gecontroleeerd dat alle beweegbare spoortoeststellen, zoals wissels, in en veilige eindstand liggen en vergrendeld zijn. Dan is de rijweg intact of integer. Doordat in een rijweg, net als in een blok, normaliter maar één trein tegelijk wordt toegelaten worden kop/staart botsingen verhinderd, treinseparatie. Door te controleren dat een wissel dat voor een rijweg in een bepaalde stand nodig is niet al in een andere stand voor een strijdige rijweg wordt gebruikt, of daarvoor algereserveerd is, verhinderen we flankaanrijdingen, treinseparatie. Omdat op stations ook treinen samanegsteld worden, door het combineren of splitsen van treinstellen of het bijplaatsen of afrangeren van rijtuigen, zijn er ook rijwegen nodig waarmee een treinof rangeerdeel (in Nederland is dat hetzelfde voor de beveiliging) naar een spoor kunnen rijden waar zich al een trein of een aantal wagens bevindt. Daarvoor gebruiken we speciale rijwegen en tonen de seinen speciale seinbeelden voor het zgn rijden op zicht of rijden naar bezet spoor.

NX met A-relais



Bij de eerste vergelijking met voorgaande generaties beveiligingssystemen vallen al direct kenmerkende verschillen op, zowel in uiterlijk als in werking. De NX-beveiliging is gebaseerd op een systeem waarbij alle controles langs elektrische weg geschieden. Ook worden de aan de wissel en seinen te geven commando’s langs deze weg verstrekt en vinden de onderlinge uitsluitingen tussen sein en wissels en tussen seinen onderling eveneens geheel d.m.v. relaiscontacten plaats. De seinen zijn daglichtseinen en de wissels worden bediend door elektrische NSE-wisselstellers.
De voordelen ten opzichte van voorgaande generaties beveiliging zijn o.a. dat de wissels in een rijweg direct na het berijden door de trein sectiegewijs vrijkomen en dus direct na het vrijkomen weer bediend kunnen worden voor een volgende treinbeweging.
Alle sporen zijn in beide rijrichtingen te gebruiken en door de automatisering van de rijweginstelling wordt de treinfrequentie verhoogd.
De veiligheid werd verhoogd omdat nu alle treinbewegingen op seinen kunnen plaatsvinden (in Nederland kennen in tegenstelling tot vele andere spoorwegen we geen verschil meer tussen trein- en rangeerbewegingen, beide bewegingen geschieden met rijweginstelling en op seinen (met uitzondering van zgn. rangeergebieden). Omdat alle sporen geïsoleerd werden, d.w.z. van treindetectie t.b.v. de spoorvrijmelding voor zien, werd het “trekken” van een wissel onder de trein voorkomen.
Uiteraard werd de bediening van een station geconcentreerd op één seinpost, zodat meer overzicht ontstond en personeelsbesparingen mogelijk waren.
Meer informatie is te vinden in het oranje cursusboek NX beveiliging met A-relais.

NX met je en B-relais - systeem '68


Een nieuwere vorm van de NX beveiliging is die waarin de J-relais de de rol van de A-relais overnamen voor de voorbereidings en voltooingscicuits en waarin de B-relais gebruikt worden in de schakelingen voor de veiligheidsfuncties, met name het sturen van wissels en seinen. Dit systeem werd in Nederland zo rond 1968 werd ingevoerd. Dit type beveiliging komt nog op ruime schaal voor.


Bronnen en verwijzigingen:
Website IRSE Nederland, systeem 68
Website IRSE Nederland bedieningstoestel NX/CVL